Lieve Van Stallers,

Wij hopen dat jullie én jullie honden een relaxte en gezellige jaarwisseling hebben gehad. We zijn alweer wat verder gevorderd in het nieuwe jaar, maar je had vast nieuwe goede voornemens voor dit jaar.

Misschien wil jij dit jaar elke maand een leuke puzzel of andere voeruitdaging voor je hond aanschaffen. Zodat je aan het eind van het jaar een goed gevulde kast hebt vol hersenwerkjes voor jouw hond. Of misschien ben je van plan je hond nieuwe vaardigheden aan te leren.

Van Stal heeft natuurlijk ook goede voornemens. Wij zijn druk bezig met het uitrollen van onze uitgebreide, online leeromgeving. Ook willen we dit jaar maandelijks een dag met leuke workshops of lezingen organiseren. Wil je op de hoogte blijven van deze ontwikkelingen? Volg ons op Instagram en Facebook!

Alsjeblaft! Een online leeromgeving

Zowel de cursussen als de privé trajecten Van Stal krijgen een eigen online leeromgeving boordevol uitgebreide nieuwe theorie, trainingsvideo’s en huiswerkopdrachten in hapklare brok. In deze leeromgeving zit allerlei waardevolle informatie, zoals af te huren losloopveldjes, artikelen, een koppel/oppasservice en een soort marktplaats om bijv. je puzzel te ruilen of een tuigje te verkopen. Kortom een Van Stal community voor jou en alle andere Van Stallers.

Zeer binnenkort zal er een bèta versie beschikbaar zijn van de Van Stal leeromgeving. Heb je interesse, stuur dan een mailtje naar info@vanstal.nl. Wij sturen je een update zodra de leeromgeving beschikbaar is.

Team Van Stal wenst jou en je hond een heel blij en inspiratievol jaar!

Wat is hondentraining? Het trainen van honden is veelomvattend, en eigenlijk vind ik training niet het juiste woord. Maar het juiste woord heb ik nog steeds niet gevonden. Bij hondentraining wordt er nog altijd te veel gedacht in gedrag afleren, of het aanleren van een bepaalde positie zoals zit of volg. Maar een hond leren om te zitten of te volgen is geen hondentraining. Hondentraining is iets wat je de hele dag aan het doen bent. Jouw hond leert namelijk de hele dag, maar ben jij je daar wel bewust van? 

Hondentraining (om dit woord toch nog maar even te gebruiken) is geen kunstje, maar bestaat uit voldoen aan de behoeftes van je hond, het begrijpen van lichaamstaal en leren herkennen welke emoties en motivaties er spelen. Waarom doet je hond eigenlijk wat hij of zij doet? Het trainen van honden gaat over je hond leren omgaan met zijn omgeving en emoties, en duidelijk maken welk gedrag je graag ziet. Het is niet veel anders dan het opvoeden van een kind. Behalve dan dat onze kinderen dezelfde taal spreken, al lijkt dat misschien soms niet zo 

Ik probeer altijd metaforen te bedenken om mensen zo goed mogelijk uit te leggen wat hondentraining voor mij inhoudt. Metaforen kunnen helpen, maar soms zorgen deze ook voor verwarring. Al een tijdje speel ik met de gedachte dat hondentraining eigenlijk vergelijkbaar is met het maken van een mooi fotoalbum van jullie leven samen. Zoals ik al schreef leert jouw hond de hele dag. Als we een constante foto burst zouden maken van ons dagelijks leven met onze hond, zijn de mooie foto’s die we graag zien datgene waarvoor we zullen moeten belonen. Zien we een lelijke foto? Dan moeten we de situatie veranderen. Dit om ervan te leren en de volgende keer diezelfde situatie aan te passen. Als ik het heb over deze metafoor, snap jij dan waar ik het over heb?  

Wil je meer lezen over de vergelijking van hondentraining en een fotoalbum maken? Lees dan mijn blog. 

Als trainer zijnde krijgen wij vaak de vraag van mensen hoe ze het gedrag van honden hun honden kunnen afleren.  

Waarop ons antwoord vaak is, afleren van gedrag is niet mogelijk, je hond kan het gedrag immers al. Als je eenmaal kunt fietsen, kan je fietsen ook niet meer afleren.  

Wel kun je ander gedrag aanleren en dat doe je doormiddel van het aanleggen van een fotoalbum. Een denkbeeldig fotoalbum. Ik snap het als je me niet direct begrijpt, maar lees vooral verder zodat ook jij een mooi fotoalbum kunt maken en je daarmee direct snapt hoe jij om kunt gaan met de gedragingen van je hond die je liever niet ziet.  

In een fotoalbum zien we graag vooral mooie en leuke foto’s. De foto’s waarvan we een glimlach op ons gezicht krijgen. Foto’s van onze hond die lekker ligt te slapen, foto’s van onze hond die lief naar ons opkijkt, foto’s met een vragende blik, foto’s van een hond die vrolijk met ons meeloopt aan een slappe lijn of foto’s van een hond die blij op ons af komt rennen.  

Denk je nou eens in dat jouw hele leven met je hond één groot fotoalbum is. Zolang we mooie foto’s maken is onze hond fijne gedragingen aan het leren. Gedragingen die we graag zien, gewenst gedrag dus. Zodra we een denkbeeldige foto maken die we minder of niet mooi vinden, zullen we de situatie moeten veranderen. Om te voorkomen dat onze hond dit ongewenste gedrag aan het oefenen is en dus leert.  

Een hond herhaalt en leert bepaald gedrag dat hem iets oplevert, gedrag waarin hij beloond wordt. Beloond door jou of door een bepaalde situatie.  

Als jij je hond wilt leren niet te trekken aan de lijn naar een andere hond, waarom loop je dan door op het moment dat je hond de andere hond ziet? Je hebt nu nog kans de situatie te veranderen waardoor je mooie foto’s blijft maken. Je weet dat anders de volgende foto gaat zijn dat hij zal trekken aan de lijn.  

Als jij een hond hebt die te ver bij jou vandaan loopt, kijk eens of je je kunt concentreren op de momenten dat hij nog dichtbij is, beloon je daarvoor? Of wacht jij op de foto die je niet wil? Een foto waarbij je hond ver bij jou vandaan is.  

Is jouw hond druk zodra hij de auto uit springt, trekt hij alle kanten op terwijl jij nog even rustig je tas uit de auto wil pakken?  

Wat kan je doen om weer een mooie kalme foto te kunnen maken? 

Clickertraining is een handige en vooral snelle manier om een dier bepaald gedrag aan te leren.

Het systeem maakt gebruik van geconditioneerde bekrachtigers, die een trainer sneller en nauwkeuriger kan leveren dan primaire bekrachtigers zoals voedsel.

Doormiddel van de clicker of ander soort ‘marker’ geluid kan de trainer bepaald gedrag uitlokken en vangen waardoor het dier precies weet voor welk gedrag hij beloond wordt.

Maak je geen gebruik van de clicker, maar train je wel met een beloning, zal je misschien wel eens hebben gemerkt dat het dier niet altijd precies snapt voor welk gedrag het de beloning krijgt. Er zit meestal tijd tussen het gedrag en de beloning, waardoor er voor het dier niet altijd duidelijk is welk gedrag hem de beloning heeft opgeleverd.

Bij gebruik van de clicker (marker) hebben we het dier geleerd dat de clicker (marker) hem altijd een beloning oplevert. Er mag dus wat tijd zitten tussen het gedrag en de beloning. Het dier weet immers beloond te gaan worden en zal de associatie leggen tussen het gedrag, de clicker (marker) en de beloning. Ook op afstand belonen voor bepaald gedrag wordt dus door middel van de clicker (marker) makkelijker.

Bij het trainen van nieuw gedrag helpt de clicker (marker) het dier om snel het precieze gedrag te identificeren dat resulteert in een beloning. De techniek is populair bij hondentrainers, maar kan worden gebruikt voor alle soorten dieren.

Soms worden, in plaats van een clickergeluid om het gewenste gedrag te markeren, andere kenmerkende geluiden (zoals een “fluitje, een klik van de tong, een knip van de vingers, of zelfs een woord”) gebruikt. Vandaar dat de clicker ook wel ‘marker’ wordt genoemd.

Methode

De eerste stap in clickertraining is het dier de associatie te laten maken tussen de clicker (marker) en zijn beloning. Elke keer dat het klik geluid klinkt, wordt er meteen een traktatie aangeboden. Het dier hoeft er nu nog niks voor te doen. Nadat de associatie is gelegd kan de clicker ingezet worden om gewenst gedrag te markeren en te belonen.

Er wordt dus als het ware een foto gemaakt van het gedrag dat je vaker herhaald wilt zien.

Het dier zal hebben geleerd dat er een traktatie onderweg is na het voltooien van het gewenste gedrag.

De basis van effectieve clickertraining is een nauwkeurige timing om de geconditioneerde bekrachtiger te leveren op hetzelfde moment dat het gewenste gedrag wordt aangeboden. De clicker wordt gebruikt als een “brug” tussen het markeren van het gedrag en het belonen met een primaire bekrachtiger zoals een traktatie of andere beloning.

Het gedrag kan worden uitgelokt door te “lokken”, waarbij een handgebaar of een traktatie wordt gebruikt om een hond bijvoorbeeld over te halen te gaan zitten; of door “shaping”, waarbij steeds nauwere benaderingen van het gewenste gedrag worden versterkt; en door “vast te leggen”, waarbij het spontaan aanbieden van het gedrag door het dier, wordt beloond. Zodra een gedrag is aangeleerd en op commando (cue) gezet, worden de clicker en de lekkernijen afgebouwd. De clicker is er dus voor bedoeld om bepaald gedrag aan te leren en evt te onderhouden, maar hoeft niet meer altijd gebruikt te worden als bepaald gedrag bekend is voor het dier.

Let op!
De beloning die gegeven wordt, zal een beloning moeten zijn die door dit specifieke individu als beloning wordt ervaren, in het geval van dit specifieke gedrag in deze specifieke context.

Leerprincipes: klassieke en operante conditionering.

Om te begrijpen hoe hondentraining precies werkt, moeten we weten hoe honden leren. Grofweg zijn er twee leerprincipes: klassieke conditionering en operante conditionering. Deze termen hebben jullie ongetwijfeld wel eens ergens gehoord of gelezen. We herhalen even kort wat het betekent:

Klassieke conditionering = de omgeving beïnvloedt de hond. In het onderzoek van Pavlov werden het geluid van een bel gekoppeld aan eten. Steeds als de bel klonk, kreeg de hond een lekker snoepje. Na verloop van tijd ging de hond al kwijlen bij het horen van de bel, zonder dat er eten in de buurt was! De bel is de voorspeller geworden voor een lekker snoepje.

Operante conditionering = de hond beïnvloedt de omgeving. Dit leerprincipe is iets lastiger. Er zijn vier varianten van operante conditionering:

Om deze termen goed te begrijpen, moeten we de woorden ontleden. Positief of negatief heeft betrekking op de situatie: er wordt iets toegevoegd of weggenomen. Wordt er een voertje gegeven? Dan is dit positief: er wordt een voertje toegevoegd aan de situatie. Rent de kat weg? Dan is dit negatief: de kat wordt weggenomen uit de situatie. Bekrachtiging of correctie heeft te maken met het gedrag van de hond. Neemt het gedrag toe, dan spreken we over bekrachtiging. Neemt het gedrag af, dan is het correctie.

Een voorbeeld: Een hond springt telkens op tegen visite omdat hij daarmee aandacht krijgt, de visite reageert immers op de opspringende hond. Die aandacht gaan we wegnemen, de visite moet de hond negeren. Doordat de hond geen aandacht meer krijgt, neemt het gedrag af en springt minder op. Het gedrag is negatief gecorrigeerd (er is iets weggenomen uit de situatie en het gedrag is afgenomen).

Is positief positief en negatief negatief?

De woorden correctie, positief en negatief worden ook in andere contexten gebruikt. Bij correctie wordt vaak gedacht aan de fysieke of verbale aanpak van ongewenst gedrag. Positief wordt gebruikt als aanduiding voor iets goeds en negatief als aanduiding voor iets slechts. Als wij spreken over positieve training, bedoelen we dat honden op een prettige manier ervaringen en leermomenten opdoen, zonder gebruik te maken van fysiek geweld of verbale intimidatie, zonder angst of agressie. Maar, let op, alle vier de vormen van operante conditionering worden gebruikt. Het gaat er om hoe deze trainingstechnieken ingezet worden. Ze mogen nooit angst, pijn of ongemak veroorzaken bij de hond.

In sommige hondensporten, op clubs en hondenscholen wordt helaas teveel gebruik gemaakt van onjuiste technieken. Er wordt positieve correctie gebruikt om de hond te laten zitten (op de kont duwen), wanneer de hond niet luistert (stroomband of sliplijn), of wanneer de hond te ver vooruit loopt (ruk aan de lijn). Misschien heb je iemand horen zeggen dat je je blaffende hond even flink moet vast pakken om te laten weten dat dit niet oké is. Of hoor je een trainer schreeuwen naar een hond in een poging het ongewenste gedrag te stoppen. Naast dat deze technieken pijn, angst en/of ongemak  veroorzaken bij de hond, moeten we ons afvragen wat de hond precies leert. Gaat de hond beter luisteren naar jouw “zit” signaal als je je stem verheft en boos wordt? Of als je hem op de kont duwt? Waarschijnlijk is de hond te afgeleid om na te denken over jouw vraag. Door je stem te verheffen of fysiek te corrigeren straf je de hond eigenlijk voor zijn poging tot nadenken. Het zelflerend vermogen en het zelfvertrouwen van de hond nemen hierdoor af. Bovendien zal de hond een volgende keer minder gemotiveerd zijn om samen met jou te werken. Het is belangrijk om te weten dat honden context gebonden leren. In andere woorden: de hond neemt alles in een situatie mee in zijn leerervaring. Dat maakt dat corrigeren over het algemeen geen (langdurig) effect hebben. Een voorbeeld: je hond blaft aan de lijn naar andere honden en iedere keer dat dit gebeurt geef jij een fikse ruk aan de lijn. Mogelijk gaat jouw hond minder blaffen aan de lijn omdat hij weet dat hier een pijnlijke consequentie op volgt. Maar zodra hij los loopt, of met een ander persoon wandelt, zal jouw hond nog steeds blaffen naar andere honden. Wederom: er is niet gewerkt aan de onderliggende oorzaak en emotie, er wordt slechts een symptoom bestreden.

Geschreven door Vincent Oomen, Wouter van Wijk en Nina van der Boon

Dat moet je gewoon corrigeren … !

Sociale media en internetfora staan er vol mee. Hondeneigenaren die een vraag stellen over het ongewenste gedrag van hun hond krijgen vaak het antwoord: “Dat moet je gewoon corrigeren … !”. De vormen of methodes van deze correcties zijn ontzettend verschillend. Iedereen heeft een mening over elkaars methode of een mening over de mening van een ander. Uiteindelijk volgt een eindeloze discussie over het hoe, wat, waarom van corrigeren, en gaat het gesprek al lang niet meer over de hulpvraag van de hondeneigenaar zelf.

In de hondenwereld kun je volledig de weg kwijt raken in de zoektocht naar de betekenis van een begrip als ‘correctie’. Als je tien vooraanstaande hondengedragsdeskundigen vraagt naar een definitie, krijg je tien totaal verschillende antwoorden terug. In dit artikel bespreken we wat corrigeren precies is, waarom het toegepast wordt en waarom het niet werkt. We gaan in op de negatieve effecten van correctie op het welzijn van je hond en bespreken hoe correctie de vertrouwensband met jouw hond beïnvloedt. Ook bieden we een alternatief: hoe kunnen we dan wél omgaan met ongewenst gedrag, gericht op het welzijn van de hond?

Correctie = straffen

Wij zullen duidelijk zijn. In dit stuk bedoelen we met correctie: de hond fysiek, verbaal  of emotioneel straffen voor ongewenst gedrag.  Bij fysieke straf kun je denken aan een ruk geven aan de lijn, de hond in het nekvel grijpen en/of op de rug leggen of de hond een tik geven. Ook het gebruik van zogenoemde hulpmiddelen zoals een wurglijn of halti vallen onder fysieke correctie. Verbale straf zien we vaak terug in het gebruiken van onprettige geluiden en een harde stem opzetten. Mopperen, schelden, “tsss” geluidjes, het valt allemaal onder verbale correctie. Emotionele straf is misschien moeilijker voor te stellen. Een voorbeeld: je hond gaat op de bank zitten terwijl dat niet mag, jij stopt de hond in de bench.

Er wordt vaak gezegd dat juist correctie sneller resultaat geeft (kijk maar eens naar een aflevering van Cesar Milan), maar niets is minder waar! Het lijkt in die situaties alsof het ongewenste gedrag snel opgelost is. In tegendeel: correctie zorgt er meestal voor dat de emotionele oorzaak of de onderliggende motivatie voor het ongewenste gedrag onderdrukt wordt. Op een gegeven moment zal dit ongewenste gedrag tóch terug komen, vaak nog heftiger en onvoorspelbaarder dan voorheen. Dit heeft alles te maken met het onderdrukken van de emotie of motivatie van de hond: het probleem is niet opgelost, maar weggestopt. Denk maar eens terug aan jouw kindertijd. Je hebt vast wel eens de opdracht gekregen om je kamer op te ruimen. Slim als je bent, stop je  alle zooi en troep in de kledingkast. De kamer lijkt opgeruimd, maar de kastdeur staat op ontploffen. Vroeger of later schiet de deur open en ligt alle zooi over de vloer. De kamer is onbegaanbaar geworden en een nog grotere troep dan voorheen… Er zijn enorm veel voorbeelden van honden die door het gebruik van correcties onvoorspelbaarder, agressiever, nerveuzer en afstandelijker zijn geworden.  Hondentraining op basis van correcties zorgt in veel gevallen voor meer problemen.

Symptoombestrijding ofwel: pleisters plakken

Waarom wordt het dan toch gebruikt? Corrigerende methodes als het toedienen van pijn of intimidatie door stemgeluid en lichaamstaal worden nog altijd toegepast door bekende en minder bekende hondentrainers, gedragsdeskundigen en zelfs dierenartsen. Dat is niet geheel onbegrijpelijk: iedereen kan begrijpen dat het vervelend is voor een hondeneigenaar als de hond uitvalt, blaft naar bezoek, gromt bij de voerbak, speeltjes beschermd, enzovoorts. Dit leidt tot frustraties en gênante situaties, bezoek dat niet meer langs wil of durft te komen, schaamte als voorbijgangers je hoofdschuddend aankijken of zelfs aanspreken: “Je hebt je hond niet onder controle!”. Met correctie is het mogelijk om 95% van het ongewenste gedrag aan de oppervlakte op te lossen, oftewel, symptoombestrijding. Voor het baasje neemt het de frustratie en strijd weg. Alle opmerkingen en meningen van anderen stoppen, want je hond laat het ongewenste gedrag niet meer zien. Maar nogmaals, we kunnen het niet vaak genoeg herhalen: de emotie van je hond is onveranderd en het ongewenste gedrag is niet opgelost. Het gedrag wordt alleen (tijdelijk) niet meer geuit op een manier die voor de eigenaar vervelend is.

Om hondentraining goed te begrijpen kan het helpen om je te verdiepen in het leervermogen van de hond. Wil je beter begrijpen hoe jouw hond leert? Lees dan dit stuk eerst. 

Leren in een specifieke situatie of context

Het is belangrijk om te weten dat honden context gebonden leren. In andere woorden: de hond neemt alles in een situatie mee in zijn leerervaring. Dat is tevens een goede reden om geen gebruik te maken van correcties. Stel je voor. Je loopt op straat met jouw hond en een grote, zwarte hond nadert jullie. Jouw hond begint te blaffen, vermoedelijk vanuit angst of spanning. Het blaffen is een manier om de enge hond op afstand te houden. Als jij dit gedrag corrigeert door aan de lijn te rukken of een tik in zijn flanken te geven, dan is de kans groot dat je hond dit gaat koppelen aan het naderen van een andere hond en jouw aanwezigheid. Het naderen van een enge hond wordt geassocieerd met fysieke pijn en nog meer spanning, waardoor jouw hond de volgende keer eerder en/of heftiger zal blaffen naar een andere hond.

Maar… Wat dan wel?

Wees gerust. Er is een alternatief. Laten we even bij hetzelfde voorbeeld blijven. Jij ziet de grote, zwarte hond naderen en neemt jouw hond mee naar de overkant van de straat, je draait om of slaat af. Er is ruimte ontstaan tussen jouw hond en de grote, zwarte hond, waardoor de spanning afneemt en jouw hond niet hóéft te blaffen. Hiermee leert je hond dat hij verschillende opties heeft en hoe hij met zijn angst om kan gaan: in plaats van blaffen kan hij weglopen van de enge hond! Des te krachtiger is het om juist gewenst gedrag te gaan belonen. De hond zal steeds makkelijker goede keuzes gaan maken en meer gewenst gedrag vertonen. En dat zonder angst, pijn of ander ongemak, maar met veel positieve associaties. Dit helpt de hond met het ontwikkelen van zelfvertrouwen en het zelflerend vermogen. Bovendien zal het de band tussen jou en jouw hond versterken, en gaat jouw hond de volgende keer graag met jou mee trainen!

Positieve hondentraining Van Stal

Bij Hondenschool Van Stal trainen we op een positieve manier. We richten ons niet op het afleren van ongewenst gedrag, maar op het ombuigen, voorkomen of negeren van dit gedrag. Dat vraagt een omschakeling van denken: wat voor ons mensen als ongewenst gedrag wordt ervaren, hoeft voor een hond helemaal niet ongewenst te zijn. Wij vinden het niet fijn als onze hond blaft omdat het gênante situaties oplevert en pijn doet aan onze oren, maar voor de hond hoeft blaffen niet ongewenst te zijn, voor hem is het slechts communicatie. Normaal gedrag dus. In deze situatie willen we de hond leren dat hij ook een andere keuze kan maken in plaats van blaffen. Bijvoorbeeld weg lopen uit de situatie. Natuurlijk kost dit tijd en training, maar als we ons verdiepen in hoe een hond leert en waarom hij welke keuzes maakt, kunnen we hem helpen met de juiste keuze. Waarbij de hond zich dus prettiger en veiliger voelt en wij geen gênante situaties of pijnlijke oren hebben.

Bij het aanleren van (nieuw) gedrag maken wij gebruik van trainen op basis van beloning. We leren jou om aandacht te hebben voor iedere goede keuze van jouw hond, hoe klein ook, wat uiteindelijk leidt tot het gedrag dat jij graag ziet. Het gaat erom dat de hond steeds succes ervaart door middel van een beloning. Op deze manier zal je hond het gewenste gedrag gaan herhalen omdat het iets positiefs oplevert. In tegenstelling tot trainen op basis van correcties, krijg je bij positieve training een hond die initiatieven durft te nemen en onderzoekend is. Daarbij vergroten we niet alleen het nadenkend vermogen van je hond, maar ook dat van jou als begeleider! Je leert bewust, oplossingsgericht en creatief te denken in termen van het aanleren, ombuigen, voorkomen of negeren van gedrag.

In onze cursussen is veel aandacht voor het leren begrijpen van hondentaal en het (h)erkennen van de individuele behoeften van jou en je hond: hoe kunnen we gaan samenwerken om te voldoen aan zijn behoeften maar ook aan die van jou? Waarom vertoont jouw hond bepaald gedrag, wat is de onderliggende emotie en hoe ga je daar op een positieve manier mee om?  Samen helpen we de hond ontwikkelen tot een rustige hond die goed in zijn of haar vel zit. Een hond met zelfvertrouwen die om kan gaan met de uitdagingen van het dagelijks leven. Dat wil jij toch ook?

Geschreven door Vincent Oomen, Wouter van Wijk en Nina van der Boon

 

Een hond in huis halen, daar komt nogal wat bij kijken. Eerst nog de keuze om voor een pup te gaan of een hond uit het asiel te adopteren. Of misschien zelfs uit het buitenland.. Vervolgens nog de naam verzinnen, spullen aan te schaffen en een geschikte hondenschool zoeken. En ook nog eens de rest van het gezin op 1 lijn krijgen. Maar, vergeet ook niet dat een al aanwezige huisdier hier ook bij hoort! Denk bijvoorbeeld aan een kat, andere hond of zelfs konijn of vogel.

Voor de nieuwe hond is het al een hele verandering, waar hij/zij ook vandaan komt, maar ook voor je andere huisdieren is het een grote veranderingen waar ze mee opgezadeld worden. Hoe kan je hier dan het beste mee uit de voeten? Hoe maak je het voor je nieuwe en al aanwezige huisdier zo ontspannen mogelijk?

Geur

Voor honden is de geur een sterke factor die de context kan helpen. Mocht je dus een periode kunnen creëren om eerst de geur te introduceren, kan dit de aanwezige huisdieren voorbereiden op de komst van een nieuwe hond. Als voorbeeld: we nemen een nieuwe hond, maar we hebben al 2 katten. We leggen dan een kleedje bij de 2 katten, zodat ze beide hun geur erop achterlaten. Ditzelfde doen we ook bij de hond (die dan nog bij de fokker of in het asiel zit). Na een week wisselen we de kleedjes om, zodat de hond een kleedje krijgt met de geur van 2 katten. Door vervolgens dit kleedje te gebruiken in combinatie met voertjes, leggen we een positieve associatie met deze geuren. Bij de katten doen we hetzelfde, we leggen het kleedje in de kamer en geven snoepjes op het kleedje. De eerste stap is zo gezet.

De geuren zullen bij beide huisdieren een positieve link maken, waardoor we ze al zoveel mogelijk opzetten voor succes.

Ontmoeting

De eerste “ontmoeting” was dus vooral een olfactorische ontmoeting. De volgende ontmoetingen zullen zoveel mogelijk gemanaged moeten worden, waarbij de nadruk ligt op ontspanning en bescherming. Als het mogelijk is, is zelfs een eerste visuele ontmoeting buiten aan te raden. Een kat kan ook een tuigje omgedaan worden, om vervolgens met een lange lijn naar buiten gebracht te worden.

Vervolgens zoeken we een ruime, rustige plek op. Daar maken we voor zowel de katten als voor de hond een snuffelplek.

Door hun neus (ja, ook van de kat) aan het werk te zetten, kunnen ze kalmeren en de prikkels van de buitenwereld los laten, dus ook hun toekomstige kamergenoten. We beginnen alleen deze snuffel-sessie op ruime afstand, bijvoorbeeld 10 meter. Mochten de katten of de hond te afgeleid zijn door de ander, vergroot de afstand nog iets meer.

Gedurende meerdere sessies, verspreid over meerdere dagen, kan de afstand rustig afgebouwd worden. De sessies kunnen dan ook binnen uitgevoerd worden. Hierbij is het belangrijk om voor veiligheid te zorgen, dus lijn de hond en/of de katten aan, zodat ze niet te dicht bij elkaar kunnen komen. Maar zorg ervoor dat ze wel gewoon een ontspannen lijn ervaren tijdens de sessies. We creëren dus een ontspannen sfeer, waarmee alle dieren de associatie met elkaar maken dat ze niet hoeven te reageren. Na de sessie is het alleen wel belangrijk om alle dieren weer te scheiden. Als de hond dus al in huis woont, zorg dat de katten een eigen kamer hebben, zodat ze niet zomaar de hond kunnen benaderen (of andersom natuurlijk). Hierbij is dus management erg belangrijk, zodat alle huisdieren hun eigen veilige plek kunnen hebben, zonder dat ze ongewenst gedrag gaan inzetten om hun emoties een plek te geven. Als de katten angstig zijn voor de hond, zorg dat ze niet iedere keer wegrennen, anders kan de hond weer de katten gaan opjagen. Maar ook als de hond angstig is voor de katten, zorg dat hij ze niet gaat opjagen (of dat gaat proberen) en een pets van de katten krijgt. Kortom, wij moeten zorgen dat ze de juiste keuzes kunnen maken en die ook blijven maken , zodat dit een steeds sterkere reactie wordt op de emotie. Onzeker bij een kat, dan ga ik snuffelen op de grond vanaf een afstandje. Hiermee krijgen de katten en hond een manier om elkaar te verdragen en weten ze waar ze aan toe zijn.

In het begin kan het misschien zelfs nog vrij makkelijk gaan, maar later kunnen de katten of de hond ondernemender worden. Blijf dan nog steeds dezelfde tactiek handhaven! Dat ze meer durven, wil niet zeggen dat dit de verstandigste optie is.

Het lastige is dat de communicatie tussen hond en kat wezenlijk verschillen. Zo is de staartdracht van de kat anders ten opzichte van de hond. Een hoge staart is overwegend vriendelijk, terwijl bij de hond dit eerder spanning met zich mee brengt. En waar honden de situatie proberen te de-escaleren door weg te kijken of ergens te snuffelen, heeft dit geen betekenis voor de kat. Die gebruikt bijvoorbeeld het rustig knipperen met de ogen als kalmeringssignaal. Daarnaast zijn hun communicatie-vaardigheden minder ver ontwikkeld in vergelijking met honden.

Behoeftes

Daarnaast is het ook belangrijk om de behoeftes van de hond en de andere huisdieren te bekijken. Zo is het belangrijk om de hond voldoende aandacht, mentale uitdagingen en rust te geven. Maar misschien ook rasspecifieke onderdelen, zoals graven of apporteren, om zo hun instincten aan het werk te zetten.

Maar ook katten hebben behoeftes. Ze zijn meestal redelijk op zich  zelf, willen graag een hoge plek opzoeken en willen ook graag in een doos of andere schuilplek zitten. Ze gaan ook vaak tijdens de schemering op pad, dus dit kan ervoor zorgen dat de hond juist wakker kan worden van de avonturen van de kat. Zorg er dan voor dat de kat ‘s avonds meer ruimte heeft, zodat de kat niet langs de hond hoeft te komen.

Andere huisdieren

Dezelfde onderdelen kunnen gebruikt worden wanneer het om andere huisdieren gaat (konijn, vogel, goudvis), maar moet dan de behoeftes van deze huisdieren bekeken worden. Met sommige huisdieren hoeven we minder aanpassingen  te doen.  (goudvis zal de hond minder storen doordat die ’s avonds geen ommetje gaat maken).

Vogels en konijnen daarentegen kunnen nog wel zorgen voor wat ongemakken, dus ga voorbereid aan de slag en voorkom zoveel mogelijk ongewenste gedragingen. Mocht je problemen ondervinden, vraag gerust voor de mogelijkheden en ik kom jullie graag helpen.

En hopelijk kan je dan genieten van alle dieren die je hebt rondlopen.

Succes!

Geschreven door Vincent

Y-tuig
Een goed passend tuig is een pré.
Maar hoe weet je nou of een tuig goed passend is. Geen enkele hond is het zelfde, maar we kunnen over het algemeen wel zeggen dat een Y tuig de beste pasvorm heeft.
Een Y tuig zorgt voor meer schoudervrijheid en zou aan de voorkant over het borstbeen moeten lopen, zodat het alleen op de harde gedeelte van de hond zit, zodat slokdarm en andere weke delen vermeden worden.
Achter de ellebogen van de hond moet ook ruimte zijn, zodat de voorpoot genoeg ruimte heeft om te bewegen.
Waarom een tuig en geen halsband?
De nek is een regio waar veel kwetsbare weefsels liggen, denk maar aan de nekwervels, de luchtpijn, bloedvaten en zenuwen. Door hard aan de lijn te trekken, kan je hond een nekblessure oplopen. Als je hond snel de neiging heeft om aan de lijn te trekken, is een halsband daarom waarschijnlijk niet de meest ideale oplossing. Er is wetenschappelijk bewijs dat honden met een halsband vaak angstiger zijn voor geluiden.
Dat een hond minder zou trekken met een halsband is een leugen. Hoeveel honden heb jij zien trekken met een halsband om? Dat dacht ik al…🙂 Een hond die trekt aan de lijn, heeft dat namelijk op de één of andere manier geleerd omdat het hem vaker wat opgeleverd heeft. We moeten dus voorkomen dat een hond leert trekken door situaties te managen en te voorkomen dat de hond trekt. Trekt hij toch, dan moeten we zien te voorkomen dat hij daar succes mee ervaart, maar daar later meer over.
Een lange lijn kan hier zeker uitkomst in bieden. Je hond heeft meer bewegingsvrijheid, waardoor hij niet maar 2 passen hoeft te lopen en aan het eind van de lijn is.

Enkele merken Y-harnassen:
Comfort pro walk tuig
Haqihana
Perfecte pasvorm
Ruffwear
Puppia ‘ s
Blije hond tuig

Je puppy heeft zeker in het begin veel aandacht nodig. Niet alleen om te wennen aan jou, maar ook aan zijn omgeving en alle nieuwe prikkels. Jij bent zijn nieuwe familie en grote steun en toeverlaat. Toch is het al redelijk snel tijd om je pup te leren ook alleen te kunnen zijn. Als je daar rustig aan snel mee begint is de kans op verlatingsangst het kleinst. Als je pup ongeveer een week in huis is en je hebt de eerste week voornamelijk gesocialiseerd met huis en haard wordt het tijd om je hondje een keer alleen te gaan laten. Een puppyren is daarvoor de beste optie. Zo heeft je hondje zijn eigen veilige plekje waar hij niet de mogelijkheid heeft om ergens in te stikken of iets kapot te bijten. En door de plek waarin hij zit een beetje te verkleinen (dus niet door het hele huis) geeft dat meer rust zodat je hondje niet telkens van raam naar deur hoeft te lopen om te kijken of jij alweer thuiskomt.
Puppyren
De puppyren of bench zullen moeten worden aangeleerd. Maak het een leuke plek door daar telkens spelenderwijs iets leuks te laten gebeuren. Een snuffelmat, kong, bot en voertjes kunnen je daar goed bij helpen. Een puppyren geeft jou de mogelijkheid om je pup een veilig plekje te geven en kan voorkomen dat er ongewenst gedrag optreedt. Zo heeft je hondje meer bewegingsvrijheid dan het kleine oppervlak van een bench en biedt je toch controle en een stukje veiligheid. Ook als je kinderen hebt, is een puppyren een goede optie. De pup kan niet constant bij het speelgoed van de kinderen en andersom geeft het de pup meer rust.
Bench
De bench kan ook voor een veilig plekje zorgen waarin je hondje leert zijn rust te pakken, maar deze ruimte is natuurlijk relatief klein en zal je hondje meer een opgesloten gevoel geven waardoor het alleen thuis zijn misschien moeilijker wordt. Puppy’s zijn vaak bewegelijk en vinden het fijn om af en toe op een ander plekje te kunnen gaan liggen of even de benen te strekken.
Alleen thuis.
Als je van de puppyren of bench eenmaal een fijne rust en slaapplek hebt gemaakt ga je rustig aan starten met weg gaan uit de kamer. Mocht je hondje gaan piepen dan laat je dat even gebeuren, je bent er immers nog steeds. Het is niet de bedoeling dat je hondje helemaal in paniek raakt, volg daarbij een beetje je onderbuikgevoel. Als je twijfelt over de gemoedstoestand van je hondje, film het een keer en plaats het filmpje op de puppy Fb pagina zodat wij met je mee kunnen kijken. Bouw de tijd die je weg bent langzaam op. start met een minuut en rek het telkens langer op met een aantal minuten.
Als je hondje piept haal hem er dan niet uit, maar laat af en toe je gezicht even zien, terwijl je niks zegt. Denk eraan aandacht in welke vorm dan ook zal je puppy aanzetten tot meer gedrag. Probeer in het begin je pup uit de ren te halen vóór hij piep en smeekgedrag inzet. Het zou kunnen dat je er uiteindelijk even doorheen moet. Hondjes kunnen het soms lang vol houden. Het is wel belangrijk dat je begint met het aanleren als je hondje niet overprikkeld en al over zijn kook is. Rust is dus heel belangrijk, zeker in de eerste week!
Let op! Haal je je hondje uit de ren als hij piept of blaft, dan het je hem aangeleerd te moeten piepen of blaffen om eruit gehaald te worden.
Succes!

Eén van de meest besproken onderdelen van en over honden is de term “dominantie”. In dit artikel gaan we hier even dieper op in, om te kijken wat dit nu precies is en wat dit voor invloed heeft op de moderne trainingstechnieken.

Oorsprong

Onze moderne huishond is ontstaan na een lang proces van domesticatie van de wolf. Daarom werd er veel onderzoek gedaan naar wolven om zo het gedrag van honden te kunnen verklaren. In de jaren 1934 tot 1942 deden onderzoekers onder leiding van Rudolph Schenkel onderzoek naar groepen wolven en hun verhoudingen in de groep. Het idee was dat een roedel in het wild gevormd werd door individuele wolven die elkaar nodig hadden in moeilijkere tijden. Zodoende werd er een groep van willekeurige wolven in gevangenschap geobserveerd met als doel om de onderlinge relaties vast te leggen en hoe die tot stand kwamen. In deze groep kwam het vaak tot agressieve confrontaties, waar uiteindelijke de sterkste overwon. Deze werd de alpha-wolf genoemd. Omdat honden van de wolven afstammen, werd deze dominantie-theorie doorgetrokken naar onze huishonden.

Vele wetenschappers namen deze conclusie over en zo werd deze dominantie-theorie in stand gehouden. Zelfs op de dag van vandaag wordt de hond beschouwd als een dier waar dominantie-technieken op los gelaten moet worden om problemen in de kiem te smoren.

In meeste gevallen werd de dominantie-theorie aangehaald als oplossing, omdat de gedragsproblemen veroorzaakt zou worden door de drang van de hond om hoger op de sociale ladder te willen klimmen. Het niet gehoorzamen van commando’s, het hoger zitten (b.v. op de bank), als eerste de deur uit lopen en eerder eten dan de eigenaar zouden allemaal technieken zijn die de hond inzette om de mens te domineren. Om weer een gehoorzame huishond te krijgen, moest dit doorbroken worden met straffen en onderwerpen van de hond (Kovary 1999).

Wolven bioloog Dr. L. David Mech had met vergelijkbare onderzoeken in de jaren 1970-1980 dezelfde conclusies. Als zelfs deze vooraanstaande bioloog tot dezelfde conclusie kwam, moest deze theorie dus wel kloppen.

Kritiek

Laten we eerst het onderzoek eens onder de loep nemen. Het onderzoek werd gedaan op een groep willekeurige wolven. Pas later werd er meer onderzoek gedaan naar wolvenroedels in het wild, waaruit blijkt dat wolven juist in families leven. Vader en moeder leiden de roedel en de pups verlaten de groep wanneer ze oud genoeg zijn.

Tijdens het onderzoek van Schenkel en Mech werden de wolven in een kleine ruimte met weinig voedsel gehouden. Hierdoor ontstonden logischerwijs conflicten die niets met rangorde te maken hadden, maar meer gericht waren op het bemachtigen van voedsel. Jaren later kwam diezelfde wolven bioloog Dr. L. David Mech tot de conclusie dat de ouder-dieren niet bezig waren met domineren van de anderen, maar juist met beschermen en verzorgen van de groep. Zelden waren er conflicten die met agressie opgelost werden (Mech, 2008). David Mech kwam nu dus terug op zijn eerdere onderzoeken en concludeerde dat de term “alpha-wolf” niet meer van toepassing was.

Steeds meer onderzoeken kwamen van de grond die het beeld van wolven drastisch veranderde. Meerdere onderzoekers kwamen tot de conclusie dat de eerdere onderzoeken niet representatief waren voor de wolven zoals ze in het wild leefden.

Aangezien ook steeds meer onderzoeken hiermee aantonen dat er geen strikte hiërarchie bestaat in wolvenroedels (laat staan met agressieve handelingen), kan ook het argument dat de hond dit zou hebben ook ontkracht worden (Van Kerkhove 2004).

En hoe zit het met wilde (straat-) honden? Deze honden staan immers dichter bij onze normale huishonden. Ook daar blijkt uit onderzoek dat er weinig conflicten zijn die duiden op het vastleggen van hiërarchie. Wel is de groepsstructuur meer veranderd ten opzichte van de wolf, waarbij straathonden niet (meer) in families leven. Het gedrag van deze honden worden meer verklaard door omstandigheden/context, eerdere leerervaringen en motivatie. Hierdoor worden de meeste interacties gekenmerkt door “kalmeringssignalen”, die het conflict moeten kalmeren. Deze gedragingen zijn dus niet gericht op “onderwerping” aan een “dominantere” hond, maar puur bedoeld om de situatie te de-escaleren.

Het woord dominantie wordt in meeste gevallen ook verkeerd gebruikt. Dominantie is namelijk een beschrijving van een onderlinge relatie (de relatie tussen 2 individuen) en geen karakter- of gedragseigenschap. En deze relatie kan per context en tijd verschillen. Waar eerder nog een hond zich een botje toe eigende, kan dit op een ander moment juist niet het geval zijn.

Bestaat dominantie dan wel? Zeker, maar het is geen doel op zich, maar een beschrijving van de huidige verhouding tussen honden en/of mensen. En deze verhoudingen kunnen per moment en context verschillen.

Kortom, uit meerdere onderzoeken is gebleken dat de hond geen dominante plaats, noch dominante leiding nodig heeft of wil verkrijgen.

Gedrag

Maar hoe zit het dan met het gedrag wat wij liever niet zien? Bijvoorbeeld grommen als mijn hond op de bank ligt? Of aan de lijn trekt? Of uitvalt aan de lijn? Of tegen mijn been aan het rijden is?

Een onderzoek van Bradshaw in 2009 onderzocht een groep van 19 honden in 1 huishouden. Uit dit onderzoek bleek dat aan de hand van interacties tussen honden geen vaste hiërarchie vastgesteld kon worden. Wel waren er conflicten, die al dan niet opgelost werden door kalmeringssignalen of agressie. Dit kan beter beschreven worden door het “Resource Holding Potential”. Dit kan uitgelegd worden als de motivatie om iets te krijgen of te behouden wat waarde heeft voor de hond. Laten we dit even toelichten met een voorbeeld:

Als de hond op de bank ligt, kan dit een heel lekkere plek zijn. Als hij hier graag zou willen blijven liggen, kan hij gaan grommen om deze plek te behouden, maar als hij minder gemotiveerd is om hier te blijven liggen, kan hij zelf deze plek verlaten zonder te dreigen.

Als de hond aan de lijn trekt, zal dit meer te maken hebben met de hond die erg graag die kant op wil. De reden kan duidelijk zijn (een andere hond komt tegemoet) of minder duidelijk (hij wilt graag uit een situatie, bijvoorbeeld een angstige plek). Maar dit heeft dus niks te maken met dat de hond beslist waar jullie naartoe lopen.

Zoals hierboven al te lezen valt, is het gedrag voornamelijk te verklaren door emoties die de hond ervaart (Panksepp, 2005). Honden ervaren 7 emoties: verlangen/zoeken ervaren, woede, angst, lust, zorgzaamheid, paniek of spel/plezier. Aan de hand van deze emoties kan de motivatie van gedrag uitgelegd worden (dit is iets voor een later artikel). Samen met deze emotie en met eerdere leerervaringen wordt zijn gedrag gevormd tot wat je nu ziet.

https://www.texvetpets.org/article/food-aggression/

Als voorbeeld een hond die gromt bij zijn etensbak. Aan de hand van lichaamstaal kan vastgesteld worden wat de onderliggende emotie is. In veel gevallen is dit angst, angst voor het weghalen van zijn geliefde brokjes. Als hij gromt en wij deinzen achteruit, heeft hij geleerd dat dit effect heeft om zijn angst te laten afnemen (je loopt immers een stukje weg). Als de buurvrouw aan komt lopen, kan het zijn dat hij niet gaat grommen, omdat de buurvrouw nog nooit de voerbak weggehaald heeft. Hij heeft dus nog geen ervaringen met de buurvrouw gehad die ervoor zorgen dat hij zich angstig gaat voelen. En zo ontstaan 2 reacties in dezelfde situatie, die voorheen werden uitgelegd dat de hond probeert jou te domineren en een andere persoon niet (omdat die al bijvoorbeeld de “alpha” zou zijn).

Met de dominantie-theorie, wordt altijd als aanpak gekozen om de hond fysiek te onderwerpen aan jouw gezag. Met bijvoorbeeld een “alpha-rol”, een prik in de zij of bekomklemmen. Valt je hond uit? Leg hem dan op zijn zij, om hem te onderwerpen aan de situatie. Helaas is het zo dat vaak deze handelingen effect lijken te hebben.

Hierdoor zien veel “trainers” het als een goede en snelle manier om “ongewenst” gedrag te corrigeren. Helaas is het tegenovergestelde waar. Veel honden zullen namelijk het “ongewenste” gedrag niet meer vertonen doordat hij bang is voor de gevolgen (hij wil niet meer pijn gedaan worden of op zijn zij gelegd worden).. Ze ontwikkelen een toestand die “aangeleerde hulpeloosheid” heet, wat als een ernstige mentale aandoening gezien wordt. Ook kan het zijn dat de hond alleen maar angstiger wordt. Hierdoor zal hij gemotiveerder zijn om zijn etensbak te verdedigd. En het zal ook zeker je relatie met je hond verslechteren. Zouden we niet liever een hond die juist jou vertrouwd, respecteert, steund en genegenheid geeft willen? Dan zullen wij dit ook bij onze hond moeten doen! Respecteer zijn gedrag/emotie/behoeftes en steun hem waar het nodig is. Daarnaast, als we grommen zouden corrigeren, kan het gedrag sneller escaleren, doordat de hond grommen gaat overslaan en direct doorgaat naar bijten. Hierdoor wordt de hond onvoorspelbaarder, waardoor veel honden in het asiel kunnen belanden.

Door te kijken naar zijn onderliggende emotie en motivatie, kunnen andere (non-fysieke) technieken ingezet worden om de hond ander gedrag aan te leren. Dit kan inderdaad langer duren, maar de band tussen hond en eigenaar wordt beter en het gewenste gedrag blijft beter in stand.

Bronnen:

Bradshaw, J. & Rooney, N. “Dog social behavior and communication”, in: Serpell, J. (ed.). The domestic dog: its evolution, behavior and interactions with people (2017) pp. 133-159.

Bradshaw, J.W.S., Blackwell, E.J. and Casey, R.A. (2009) Dominance in domestic dogs – useful construct or bad habit? Journal of Veterinary Behaviour, Clinical Applications and Research, Volume 4, Issue 3, Pages 109-144 (May-June 2009).

Bradshaw, J. Blackwell, E.-J., & Casey, R. A. “Dominance in domestic dogs: A response to Schilder et al. (2014).“, Journal of Veterinary Behavior: Clinical Applications and Research 1 1 (2015) pp. 102-108.

Coppinger, R. & Coppinger, L. Dogs: a new understanding of canine origin, behavior, and evolution (2001)

“Dominantie bij honden volgens Ray Coppinger” (Doggo.nl):  Eaton, B. Dominance in dogs: fact or fiction? (2008)

Horowitz, A. (2009). Disambiguating the “guilty look”: Salient prompts to a familiar dog behaviour. Behavioural Processes, 81, 447-452.

Kovary, R., (1999). Taming the dominant dog. American Dog Trainers Network: 23 http://www.inch.com/~dogs/taming.html

Landsberg, G., Hunthausen, W. & Ackerman, L. Behavior problems of the dog and cat (2013)

Lindsay S.R., 2000. Handbook of Applied Dog Behavior and Training, Volume 1, Adaptation and Learning. Iowa State University Press, Ames, Iowa, p. 12.

Mech, L.D. (1999). Alpha status, dominance and division of labor in wolf packs. Can. J. Zool. 77, 1196-1203.

Mech, L. D. (2008). What Happened to the Term Alpha Wolf? International Wolf, Winter 2008, pp. 4-8. http://www.4pawsu.com/alphawolf.pdf

Mech, L.D. and Boitani, L. (2003). Wolf social ecology. In: Mech, L.D., Boitani, L. (Eds.), Wolves: Behavior, Ecology and Conservation. University of Chicago Press, Chicago, IL, pp.1-34.

Miklosí, Á. (2007). Human-animal interactions and social cognition in dogs. In: Jensen, P. (Ed.), The Behavioural Biology of Dogs. CAB International, Wallingford, UK, pp. 205-222.

O’Heare, J. Dominance theory and dogs (2008)

Packard, J.M. (2003). Wolf behavior: reproductive, social and intelligent. In: Mech, L.D., Boitani, L. (Eds.), Wolves: Behavior, Ecology and Conservation. University of Chicago Press, Chicago, IL, pp. 35-65.

Pal, S.K., Ghosh, B. and Roy, S. (1998). Agonistic behaviour of free-ranging dogs (Canis familiaris) in relation to season, sex and age. Appl. Anim. Behav. Sci. 59, 331-348.

Pal, S.K., Ghosh, B. and Roy, S. (1999). Inter- and intra-sexual behaviour of free-ranging dogs (Canis familiaris). Appl. Anim. Behav. Sci. 62, 267-278.

Pérez-Guisado, J. and Muñoz-Serrano, A. (2009). Factors Linked to Dominance Aggression in Dogs. Journal of Animal and Veterinary Advances, 8 (2): 336-342

Van Doorn, G.S., Hengeveld, G.M., Weissing, F.J., (2003). The evolution of social dominance. II: Multi-player models. Behaviour, 140, 1333-1358.

Van Kerkhove, W. (2004). A fresh look at the wolf-pack theory of companion-animal dog social behavior. J. Appl. Anim. Welf. Sci. 7, 279-285.

Zimen, E. (1975). Social dynamics of the wolf pack. In: The wild canids: their systematics, behavioral ecology and evolution. Edited by M. W. Fox. Van Nostrand Reinhold Co., New York. pp. 336-368.

https://avsab.org/wp-content/uploads/2018/03/Dominance_Position_Statement_download-10-3-14.pdf

https://www.dogwelfarecampaign.org/why-not-dominance.php